Opa Piet

(Brabant) 1920 - 2001

Mijn ‘Opa Piet’ die in Helvoirt (N-B) tegenover ‘Henkies Hap’ woonde. Waar we op zondag op visite gingen en tien gulden kregen zodat wij met vieren, ik en mijn broers en zus een softijsje mochten gaan halen aan de overkant, “maar pas op met oversteken he!”

Mijn Opa die in het Sint Joris Gilde zat waar ze in uniform met grote vlaggen stonden te vendelzwaaien begeleid door indrukwekkend trommelgeroffel.
Mijn opa die ons uitnodigde voor de (kinder)carnaval georganiseerd door mijn oom in Helvoirt voor het hele dorp waarin wij in een brede rij met alle neefjes en nichtjes “doe een stapje naar voren en een stapje terug” meezongen.
Mijn opa die familiedagen organiseerde waarop we gingen ‘schieten’ en hij stond te genieten van al zijn kinderen en soms al kleinkinderen die kijkend door het vizier dat blok probeerde te raken op verre hoogte.
Mijn opa die vaak en dolgraag fietste en plotseling overleed tijdens een fietsweekendje in zijn favoriete ontspanningsplek ‘De Lutte’. Ik was toen 15 jaar oud.
Mijn opa die achteraf gezien nachtmerries had en getraumatiseerd was door zijn oorlogstijd waarin hij ondergedoken zat en deel nam in het verzet.
Deze opa ontvangt vele jaren na zijn verzetswerk in 1982 het Verzetsherdenkingskruis. Ondanks dat hij dit verleden liever stil hield voor de meeste mensen in zijn (nabije) omgeving, voelde hij zich toch vereerd. “Na de oorlog zijn er voor de oorlogshelden en de slachtoffers monumenten opgericht. De werkers in de ondergrondse verdwenen in de anonimiteit. Zij waren het die moesten liegen zonder toestemming van de pastoor in het belang van het Nederlandse volk. Het waren echte Nederlanders. Vandaar deze onderscheiding.” Waren de woorden van de Helvoirtse burgemeester. Waarop opa antwoord: “Ik ben er in ieder geval erg blij mee. Maar ik dacht dat de oorlog toch wel gewonnen was.”

Er werd niet gepraat…

In mijn jeugd werd er niet over het verzet van opa gepraat, niet omdat het er niet toe deed, maar gewoon door de snelheid van het leven. Opa was een Bourgondiër, een levensgenieter, een organisator, een familieman met een flink potje humor. Zo zag ik opa. Soms streng, maar niet anders dan anders. De afgelopen jaren houd ik me steeds meer bezig met het verleden en de Tweede Wereldoorlog. Vorig jaar ben ik ook meer deel gaan nemen in de organisatie van Cannonshot en zo trok het verleden van mijn opa toch meer mijn nieuwsgierigheid. Dus ik klopte bij mijn familie aan.
Tot mijn verbazing was er veel onduidelijkheid over zijn oorlogstijd. We weten dat hij een verzetspensioen kreeg nadat zijn vrouw, mijn oma, overleed. Maar verder zijn er geen echte details. Hier nam ik geen genoegen mee en zo is mijn zoektocht begonnen. Eerst ben ik gaan verzamelen wat er WEL was. Een oud levensverhaal dat de broer van mijn opa vroeger schreef en daarbij een erg mooi foto album dat deze broer ook maakte voor opa’s 65e verjaardag. Ook wist mijn familie diverse namen te noemen uit de verzetsperiode waar hun vader het weleens over had of bij wie ze vroeger als gezin nog op bezoek zijn geweest.
Met deze globale tijdlijn die ik uit het levensverhaal en foto album kon halen ging ik contact leggen met provinciale en gemeentelijke archieven. De namen die ik vond heb ik menig maal gegoogled en door ai gegooid, met de vraag ‘diepgaand’ onderzoek te doen. Uiteraard vond ik vooral de bidprentjes en overlijdensadvertenties van deze mannen, maar zeker ook verhalen uit dagboeken die gedigitaliseerd zijn door diverse archieven. Ook op sociale media zocht ik naar de kinderen en kleinkinderen van deze mensen die in de overlijdensadvertenties stonden en zo heb je al met al snel een netwerk waaruit informatie te verzamelen is. Wat opvalt is dat veel van deze mannen ‘er liever niet over praatten’.

Een bezoek aan het Nationaal Archief

Vanwege het ontvangen van een verzetspensioen staat ‘Pieter Pijnenburg’ geregistreerd in de archieven van Stichting 40-45. Deze zijn sinds 2025 in te zien in het Nationaal archief in Den Haag. Het zoeken op deze site is best lastig. Er zijn erg veel archieven aanwezig en al die archieven hebben archivarisnummers en dossiernummers en noem maar op. Maar het loonde om hier te zoeken en informeren! Er waren 2 dossiers aanwezig die enkel in Den Haag te bezichtigen waren. Je moet je goed identificeren, juiste bewijsmaterialen aanleveren dat je familie bent en veel geduld hebben want je komt op een wachtlijst. Na een aantal maanden was het zover! Lukas en ik gaan samen naar Den Haag. WAT EEN SPANNING, ik had er zo’n zin in! Vanaf het begin van mijn zoektocht voelde de band met mijn opa steeds sterker. Daar zijn we dan, een giga groot en mooi gebouw. We moeten alles in een kluisje stoppen, inclusief telefoons, laptops etc. Papier en een potlood, dat mocht mee. Tablet mocht ook maar de camera werd afgeplakt, want foto’s maken was voor de dossiers die wij gingen inzien verboden. We worden op de foto gezet, krijgen ieder een gepersonaliseerd pasje waar we een jaar of 2 nog mee naar binnen kunnen. Bij de balie in de studiezaal krijgen we 2 archiefdozen met mappen erin en we worden naar een hele lange tafel begeleid. De hele studiezaal zit vol met mensen die in stilte door oude dossiers bladeren en gefocust lezen. We openen de archiefdozen en deze zitten vol met oude brieven, getypt en geschreven. Super bijzonder om dit in te zien.
Om een verzetspensioen te krijgen, werden de aanvragers goed onderzocht. Ze moesten voldoende bewijsmateriaal indienen om zeker te weten dat ze ook daadwerkelijk aan het verzet hadden deelgenomen. Je moest personen opgeven die jouw verhaal konden bevestigen. Diverse getuigenverklaringen hebben we gelezen over waar mijn opa mee belast was. We ontdekten zijn schuilnaam in het verzet rondom Oirschot: ‘Vlam’ / ‘Vlamke’ / ‘Vlammenwerper’ omdat hij veel branden stichtte tot grote last van de bezetter. Ook juist teksten als “Het was een onbevreesd man”, “Pieter was uit het juiste hout gesneden”, “Je kon van hem op aan” raakte me enorm. Wat voelde ik me trots en tegelijkertijd verdrietig terwijl ik door die papieren bladerde. Wat een angst en woede moet deze man gevoeld hebben:

Vlamke

Tussen het puin van de gebombardeerde boerderij van je buren de kapotte lichamen van je buurvrouw en haar kinderen moeten zoeken.

Een geredde piloot afvoeren naar het volgende doorgeefpunt van de pilotenhulplijn, terwijl de overige bemanningsleden van datzelfde vliegtuig gearresteerd en begeleid door Duitsers in diezelfde trein zitten!

Je voordoen als Duitser en vervolgens betrapt worden door echte Duitsers en beschoten worden terwijl je wegrent met je maten.

Het is NIET voor te stellen wat deze mannen over hadden voor hun medemens. Met een enorm vol hoofd na uren in het archief gaan we een hapje eten in Den Haag en snel weer naar huis. Deze vondst heeft ervoor gezorgd dat ik NOG meer wil weten.

Ik blijf graven en vind een museum in Hoge Mierde waar opa op de foto lijkt te staan. Ik bel de eigenaar, die op internet al veelvuldig wordt omschreven als historicus en kenner van de oorlog in die regio. Helaas, de man die ik zag op de foto is niet mijn opa, maar John (de man aan de lijn) vraagt hoe mijn opa heet? Zodra ik “Pieter Pijnenburg” zeg….. klinkt aan de andere kant van de lijn (en van Nederland) “Och, Vlamke?!”…. Kippenvel!! Hoe weet deze man dat mijn opa “Vlamke” als bijnaam had, dit stond alleen in het archief in Den Haag!! Twee weken later zitten Lukas en ik in Hoge Mierde (dichtbij de Belgische grens) bij museum ‘De bewogen jaren’. John Meulenbroeks, de eigenaar, is dolenthousiast en voorziet ons van koffie met worstenbroodjes en appelflappen. We delen allerlei verhalen uit en hij heeft bijzondere spullen waar ‘Vlamke’ op genoemd wordt. Een zogenoemd ’Turkse Pas*’, en een allereerste teken van een verzetsgroepje* mét handtekening uit 1940. Wat een vondst.

Opa’s levensloop

Na 1,5 jaar zoektocht heb ik een verslag van opa’s levensloop gemaakt voor mijn familie. Nadat ik deze uitgedeeld heb zijn ze onder de indruk en hebben gemengde gevoelens van trots en verdriet. Als ik na ga hoe het mij al aan het denken zette wat opa met zich meedroeg tijdens de familiedagen en het hossen bij de carnaval, of het veel te vroeg overlijden van zijn vrouw, mijn oma, die hij ontmoette tijdens zijn onderduiktijd… wat zal er dan in de gedachten omgaan van mijn moeder, oom en tantes?

Ik hoor dat ze de laatste tijd meer over vroeger praten, over wat er allemaal gebeurd is en waarom er dingen zijn gegaan hoe ze gingen…. Een mooie bijkomstigheid wat hiermee is bereikt, verbinding binnen de familie en praten over die tijd met elkaar. Want als je vader zoveel verdriet en angst met zich meedroeg zonder te delen…. Heeft dat dan geen enorme invloed op je eigen jeugd, opvoeding en leven? Wat voor gevolgen kan dit hebben op je eigen omgang met emoties?

Ik denk een mooi thema voor volgend jaar… Voor dit jaar gaan we verzetsmensen een ereplek geven. Want zij zelf praatten er niet over, maar wij mogen wel zeggen dat we ze enorm dankbaar zijn!

Met vragen ben je welkom tijdens het Cannonshot weekend in het museum waar ik ook te vinden zal zijn.

Marjan Vugs, kleindochter van Petrus Albertus Pijnenburg, Alias “Vlamke”

*De bovengenoemde items zullen te zien zijn in het ‘Cannonshot in verzet museum’ tijdens het weekend van 10-12 april in Wilp. Kom een kijkje nemen!

Vertaal jouw verhaal!

Heb jij verhalen van je familie of van kennissen over de oorlog of het verzet in deze omgeving? En vind jij ook dat deze verhalen niet vergeten mogen worden?

Neem dan contact met ons op en misschien kunnen wij deze verhalen een mooie plek geven in ons evenement, dit jaar of in de komende jaren! Klik op onderstaande button en vertel het verhaal!