Familieverhalen Wolters Empe/Zutphen

Tijdens oorlogsjaren

Antoon Wolters werd geboren op 9 juni 1924 en groeide op aan de Breestraat in Empe. Hij was de zoon van Jan Wolters, die in die tijd een transportbedrijf runde; we spreken dan van platte wagens met paarden ervoor.
Antoon had een broer, Geert, en twee zussen: Riek en Margot.

In de beginjaren van de oorlog werd Antoon, zoals in die tijd gebruikelijk was onder de Duitse bezetting, tewerkgesteld. Via de Organisation Todt (T.O.D.T.) moest hij dwangarbeid verrichten in de bossen van Loenen. Daar moest hij boomstronken verwijderen en zwaar boswerk uitvoeren. Later zou Antoon ook moeten werken bij zijn vader in het transportbedrijf. Dit viel eveneens onder gedwongen of opgelegde arbeid in oorlogstijd.

Binnen het transportbedrijf van zijn vader werd gewerkt met meerdere platte wagens. Vol trots wordt nog “steeds”verteld dat Wolters Transport één van de eersten in de gemeente Voorst/Brummen was die was uitgerust met luchtbanden. Het werk bood in die tijd niet alleen een manier om in het levensonderhoud te voorzien, maar ook een zekere mate van bewegingsvrijheid binnen de strenge omstandigheden van de oorlog.

Het transportbedrijf van Jan Wolters beschikte over een Arbeitseinsatz / Arbeitskarte om over de IJsselbrug bij Zutphen te mogen rijden. Daarmee werden onder andere melkritten uitgevoerd van Empe naar Eefde, waar de melk werd afgeleverd bij de melkfabriek. Deze officiële ritten maakten het mogelijk om de brug te passeren zonder direct argwaan te wekken.

Tijdens deze transporten werden melkbussen soms als dekmantel gebruikt. Binnen de familie wordt verteld dat deze bussen in sommige gevallen werden aangepast (de deksel werd krom geslagen zodat de melkbussen niet geopend konden worden) om ook andere goederen te vervoeren, waaronder vlees.

Rondom het slachten van koeien en varkens gaan binnen de familie ook verhalen rond die niet allemaal meer met zekerheid te verifiëren zijn. Dit zou in overleg met de betreffende boer zijn gebeurd; de slacht vond op een deel plaats. De huiden moesten terug in de wei, alsof er sprake was van stroperij. Ook speelde er mogelijk een verzekeringskwestie rond het omgaan met het bloed van geslachte dieren. Daarbij wordt verteld dat dit bloed, voordat het stolde, werd afgevoerd naar andere percelen en daar in de grond werd verwerkt door het land te bewerken, zodat er zo min mogelijk sporen zichtbaar bleven. Deze verhalen zijn onderdeel van de mondelinge overlevering en laten vooral zien hoe men in die periode probeerde om onder moeilijke omstandigheden zo onopvallend mogelijk te handelen.

Naast deze activiteiten was er ook sprake van smokkel. Graan werd vervoerd in zakken, die werden geteld door de Duitsers. Antoon had dan een lege zak onder de zitplaats op de bok. Soms werd er extra graan verkregen en vervolgens bij een bakker afgeleverd, zodat er weer iets meer gebakken of verdeeld kon worden.

In die oorlogsjaren speelt ook het verhaal rond de onderduik van Jacques van Gelder, een Joodse jongen uit Voorst. In deze periode zou Antoon Wolters op weg zijn geweest naar het onderduikadres om voedsel (vlees) te brengen. Hij werd echter gevolgd en moest het moment afbreken om het onderduikadres niet te verraden. Hij heeft toen de ham weggegooid. Later is hij wel teruggegaan, maar de ham was toen verdwenen.

Binnen de familie wordt verteld dat Jacques zich tijdelijk ophield in een bosgebied achter de omgeving van de Nieuwenhof, waar hij in onderduik verbleef en werd geholpen door verschillende mensen.

Toen hierover later contact is gezocht met de zoon van Jacques van Gelder, werd dit verhaal niet letterlijk in detail bevestigd, maar wel als aannemelijk en passend binnen de bekende geschiedenis beschouwd. Daarbij werd aangegeven dat Jacques ondergedoken heeft gezeten bij de familie Smies aan de Nijenbeekseweg 22 in Voorst, tussen november 1942 en januari 1944, wat aansluit bij de bredere overlevering rond zijn onderduikperiode.

Deze gebeurtenissen zijn niet in alle details meer te verifiëren, maar maken onderdeel uit van de mondelinge overlevering binnen de familie. Ze schetsen een beeld van de risico’s die verbonden waren aan het helpen van onderduikers en het vervoeren van voedsel in oorlogstijd.

Het geheel laat zien hoe het dagelijkse werk in oorlogstijd soms verweven raakte met overleven, hulp aan anderen en het omgaan met schaarste.

Dit verhaal is daarmee nog niet af. Het is een reconstructie op basis van herinneringen, familieverhalen en losse aanknopingspunten uit het verleden. We realiseren ons dat er nog veel onbekend is en dat niet alle details meer te achterhalen zijn.

Tegelijkertijd blijven er nieuwe aanknopingspunten en stukjes informatie opduiken die ons verder kunnen helpen om het verhaal completer te maken en beter te begrijpen wat zich in die jaren heeft afgespeeld.

Onze hoop is dat er in de toekomst nog meer duidelijkheid zal komen, zodat we dit verhaal verder kunnen aanvullen en doorgeven. Niet alleen als familiegeschiedenis, maar ook als herinnering aan een tijd waarin keuzes, overleven en menselijkheid nauw met elkaar verweven waren.

Zo blijft dit verhaal in beweging en blijft het iets wat we met zorg willen bewaren en doorgeven aan volgende generaties.

Geschreven door Monica Wolters, kleindochter van Antoon Wolters

Vertaal jouw verhaal!

Heb jij verhalen van je familie of van kennissen over de oorlog of het verzet in deze omgeving? En vind jij ook dat deze verhalen niet vergeten mogen worden?

Neem dan contact met ons op en misschien kunnen wij deze verhalen een mooie plek geven in ons evenement, dit jaar of in de komende jaren! Klik op onderstaande button en vertel het verhaal!